|
Land van herkomst:
Engeland
Korte geschiedenis:
De Cavalier is biologisch gezien
zeer nauw verwant met de King
Charles Spaniel. Honden van het
spanieltype bestaan in Europa al
sinds de Oudheid. Een echt verschil
tussen de jachtspaniel en de
dwergspaniel is er niet te zien vóór
de jaren dertig van de negentiende
eeuw. Pas in 1944 werd de Cavalier
als afzonderlijk ras door de Engelse
Kennel Club erkend. Hij is nu over
grote delen van de wereld verspreid
en is een zeer gewaardeerde
gezelschaps- en
tentoonstellingshond.
Algemeen beeld:
Levendig, sierlijk en harmonieus,
met een zachte expressie.
Karakteristieke eigenschappen:
Sportief, aanhankelijk, beslist
zonder angst.
Temperament:
Vrolijk, vriendelijk, niet
agressief; geen enkele neiging tot
nerveusiteit.
Hoofd en schedel:
Schedel bijna vlak tussen de oren.
Ondiepe stop. Lengte van de
voorsnuit is ongeveer 1,5 inch = 3,8
centimeter. Zwarte neusspiegel met
goed ontwikkelde neusgaten, zonder
vleeskleurige aftekening. Voorsnuit
naar de punt toe versmallend. Goed
ontwikkelde niet bungelende lippen.
Gezicht goed opgevuld onder de ogen.
Elke neiging tot een smalle en
spitse snuit is ongewenst.
Ogen:
Donker, groot en rond, maar niet
puilend; goed uiteen geplaatst.
Oren:
Lang en hoog aangezet, met
overvloedig behang.
Gebit:
Sterke kaken, met een perfect,
regelmatig en kompleet schaargebit,
d.w.z.: dat de boventanden sluitend
over de ondertanden staan en recht
in de kaken geplaatst zijn.
Hals:
Middelmatige lengte en licht
gebogen.
Voorhand:
Middelmatige borstkas, goed
terugliggende schouders; rechte
benen van middelmatig zwaar bot.
Lichaam:
Korte lendenen met goed gewelfde
ribben. Horizontale rugbelijning.
Achterhand:
Benen van middelmatig zwaar bot;
goed gehoekt in het kniegewricht.
Geen neiging tot koehakkigheid of
sikkelhakken.
Voeten:
Compact, met stevige voetkussens,
van goede beharing voorzien.
Staart:
De lengte van de staart in harmonie
met het lichaam, goed aangezet. Vrij
en blij gedragen, maar nooit ver
boven de rugbelijning.
Gangwerk/beweging:
Vrij lopend en elegant in beweging
met veel stuwing vanuit de
achterhand. De benen van voor en
achter gezien parallel bewegend.
Vacht:
Lang, zijdeachtig en zonder krullen.
Een lichte golving is toegestaan.
Overvloedig bevederd. In het geheel
vrij van trimmen.
Kleur:
Black and Tan: ravenzwart met “tan”
aftekeningen boven de ogen, op de
wangen, aan de binnenkant van de
oren, op de borst en benen en onder
de staart. Het “tan” hoort helder te
zijn. Witte aftekeningen zijn
ongewenst.
Ruby: geheel diep rood van kleur.
Witte aftekening ongewenst.
Blenheim: diep kastanjekleurige
aftekeningen, goed gebroken op een
parelwitte ondergrond. De aftekening
moet gelijkelijk op het hoofd
verdeeld zijn en tussen de oren
ruimte laten voor de zeer
gewaardeerde ruitvormige vlek of
“spot”.
Tricolour: zwart en wit goed
verdeelt en gebroken, met “tan”
aftekeningen boven de ogen, op de
wangen, aan de binnenkant van de
oren, aan de binnenkant van de benen
en onder de staart.
Ieder andere kleur of
kleurencombinatie is ongewenst.
Maat:
Gewicht tussen de 5,4 en 8,0 kg. Een
kleine, goed in verhouding zijnde
hond binnen de gestelde grenzen is
wenselijk.
Fouten:
Elke afwijking op de voorgaande
punten moet als een fout worden
gezien en de zwaarte, waarmee de
fout aangerekend wordt, moet in
verhouding staan tot de ernst.
|